Startpagina  
             
 
 

 

     

Tips

Tips om een besmetting te voorkomen

  • Zorg dat jassen, sjaals, mutsen niet verwisseld kunnen worden.  Dit is zeker van belang bij kleuters.  De juf weet nog niet welke mutsen of petjes van welke kleuter is!  Daarom graag jassen, mutsen en sjaals naamtekenen.
  • Steek muts of sjaal in de mouw van de jas.
  • Geef thuis elk kind/volwassene een eigen borstel en eigen kam.
  • Voor kleuters met lange haren: draag die zoveel mogelijk in een staart of vlecht.
  • Voor de kinderen zelf: ruil geen elastiekjes, speel geen kappertje, verwittig mama of papa als je jeuk voelt, sluit geen kinderen uit die luizen hebben.
  • Bij een besmetting: behandel iedereen met luizen tegelijk; controleer elk lid van het gezin bij een besmetting.
  • Bij een besmetting: verwittig als de bliksem het kriebelteam (evtl. via de leerkracht).

Tips bij een besmetting

  • Volg de zes stappen uit de informatiebrochure nauwgezet (zie behandelen).
  • Behandel iedereen met luizen tegelijk;
  • Controleer elk lid van het gezin bij een besmetting. Ook mama en papa, broers of zussen.
  • Sluit geen kinderen uit die luizen hebben.  Want zelfs prinsjes en prinsesjes kunnen luizen krijgen!
  • Ook na de behandeling, blijven kammen met de luizenkam, zodat "babyluisjes" snel worden "gevangen".
  • Behandel altijd opnieuw als je levende luisjes ziet (dit zijn luisjes die nog bewegen!).
  • Voer een tweede behandeling pas uit na 7 dagen.  Vroeger een tweede behandeling uitvoeren heeft geen zin, omdat de babyluisjes dan nog in het eitje zitten.  En de meeste producten doden niet de eitjes, maar wel de luisjes.